Haar opname, de therapie en haar warme omgeving zorgde ervoor dat ze de eetstoornis wist te overwinnen en terug haar vrolijke zelve werd. Ze is vandaag psychiatrisch verpleegkundige en staat nu zelf naast het bed van patiënten om hen te helpen.

Bekijk de hele story

Bekijk de story in verschillende parts

Part 1: Mijn goed voornemen om te vermageren liep volledig uit de hand

“Ik schreef een boek over mijn eetstoornis om het taboe, dat nog heel hard aanwezig is, te doorbreken.”

Ik ben Kato, 22 jaar en ik kom uit Gent. Ik heb een boek geschreven: Liefs, ik. over mijn eetstoornis en eetstoornis-herstel. In het begin schreef ik het boek enkel voor mezelf, om mijn eigen verhaal wat te delen, van mij af te schrijven. Ook om andere mensen te inspireren en het taboe ook te doorbreken rond eetstoornissen want ik merk wel dat dat nog heel hard aanwezig is.

Ik kan eigenlijk echt zeggen op welk moment mijn eetstoornis is begonnen. En dat was 1 januari 2018. Voornemens maken voor het nieuwe jaar, wat gezonder gaan leven. Een beetje afvallen, meer gaan sporten. Ik denk dat heel veel mensen dat goede voornemen wel hebben in het nieuwe jaar. Maar dan is dat echt uit de hand gelopen.

“Ik at steeds minder. Meer bewegen en meer afvallen. Ik ben onzeker en perfectionistisch van aard.  Wat er ook voor zorgde dat ik daar steeds verder in ging.”

Matthieu: “En hoe komt dat dat dan uit de hand gelopen is? Want de brug tussen goede voornemens hebben en dan een eetstoornis hebben, lijkt mij redelijk groot.”

Ik denk dat door verschillende dingen wel is gebeurd. Dat hangt af van heel veel verschillende factoren. Sowieso het feit dat ik daar heel ver in ging, in die goede voornemens. Het moest steeds meer en meer. Eigenlijk minder, minder en minder eten. Meer bewegen en meer afvallen. En mijn persoonlijkheid daarbij: ik ben redelijk onzeker en perfectionistisch van aard.  Wat er ook voor zorgt dat ik daar steeds verder in ging.

Matthieu: “En vanwaar kwamen die goede voornemens? Of was dat gewoon een nieuw jaar, nieuw begin? Of zat er daarvoor al iets?”

Dat is zeker niet van de één of andere dag begonnen. Ik denk dat het daarvoor zeker al aanwezig was, van in mijn kindertijd eigenlijk. Ik was toen al veel bezig met eten. Wat mag ik eten en wat niet? Er hing een bepaalde waarde aan sommige voedingsmiddelen. Bij ons thuis was er enkel choco in de vakantie. Dat zijn dan ideeën die je wel meekrijgt.

Ik was ook nooit de magerste van de klas. Ik was zeker niet dik of had geen overgewicht. Maar ik voelde wel ergens dat ik niet gelijk was aan mijn beste vriendinnetjes. Daar had ik het wel lastig mee.

“Ik legde steeds strengere regels op voor mezelf. Mij steeds meer verliezen, ook sociaal contact werd steeds minder omdat ik gewoon in mijn eigen, veilige cocon wou zitten.”

Matthieu: “Maar dan 1 Januari 2018.  Nieuwe voornemens of goede voornemens gemaakt.

Is dat snel beginnen escaleren? Of hoe is dat gelopen?”

Eigenlijk wel vrij snel. Ik begon vrij snel effect te zien. Fysiek dan. Ik viel vrij snel af. Wat mij dan een boost gaf om verder te doen. Ik begon dan de eerste complimentjes te krijgen van mensen in mijn omgeving: ‘goed bezig Kato, je ziet er goed uit’. Dat motiveerde mij dan om nog verder daarin te gaan.

Matthieu: “en wat bedoel je dan met nog verder in te gaan?”

Nog strengere regels opleggen voor mezelf. Mij steeds meer verliezen, ook sociaal contact werd steeds minder omdat ik gewoon in mijn eigen veilige cocon wou zitten. Ik sprak minder af met vriendinnen. Want afspreken met vriendinnen betekent ook mee gaan eten, naar een feestje gaan, daar wordt dan gedronken. Dat zag ik allemaal niet meer zitten. Dus ik sloot mij ook wel af van alles en iedereen.

Part 2: Een eetstoornis, wat is dat eigenlijk?

“Ik vond alles zo slecht aan mezelf en ik moest veranderen. Ik wou erbij horen en ik wou dat ik gewoon geaccepteerd werd en dat ik mezelf ook accepteerde. Maar het tegenovergestelde gebeurde.”

Ik vind dat moeilijk om daar een definitie op te plakken. Sommige mensen beschrijven dat als een stem. Voor mij voelde dat niet echt als een stem. Dat was eerder zo een tweede versie van mezelf die heel streng was voor mij en die ervoor zorgde dat ik steeds minder ging eten en meer ging bewegen, mij afsloot van alles en mij ook gewoon heel erg slecht voelde en heel eenzaam. Het is eigenlijk ook een soort van coping mechanisme. Om met dingen om te gaan die in je leven zijn gebeurd of om met onzekerheid om te gaan. Ik vond alles zo slecht aan mezelf en niets was nog goed en ik moest veranderen en ik wou erbij horen en ik wou dat ik gewoon geaccepteerd werd en dat ik mezelf ook accepteerde. Ik dacht dat ik het op die manier ging bereiken. Het was het tegenovergestelde.

“Ik heb in het middelbaar ook niet altijd de juiste vrienden gehad. Dat maakt je wel onzeker en dat maakte me wel tot wie dat ik op dat moment was.”

Ik voelde me vaak niet 100% aanvaard. Op school, of in de jeugdbeweging. Niet dat ik ooit gepest ben geweest, dat niet. Maar er zijn wel een paar dingen waarvan ik denk, dat het echt niet ok was. Ik heb in het middelbaar ook niet altijd de juiste vrienden gehad. Ze hebben me niet altijd even goed behandeld. Dus dat maakt je wel gewoon onzeker en dat maakte me wel tot wie dat ik op dat moment was.

Part 3: Mijn vrienden en familie begonnen te zien dat het niet goed met me ging

“In onze maatschappij is gezond eten tegenwoordig een must en iedereen doet het. Daar kon ik mij wel achter verstoppen, achter die dieetcultuur.”

Een eetstoornis zorgt er eigenlijk voor dat je dat zelf niet inziet of dat het al heel ver moet zijn tegen dat ik het doorhad dat er iets mis was. Bij mij waren dat ook eerst mijn vriendinnen en mijn familie die het begonnen te zien. Het gaat eigenlijk echt niet goed met Kato of ze ziet er echt wel slecht, of niet meer gezond. Ik wou dat totaal zelf nog niet zien, mijn eetstoornis. Ik noem dat zo ook, mijn eetstoornis. Omdat ik dat zie als iets extern, dat ervoor zorgde dat ik dat niet ging inzien. Want vanaf dat ik het zou inzien, moest ik hulp gaan zoeken. Dat betekende dan ook dat ik ging moeten bijkomen en dat ik terug dingen ging moeten eten waar ik op dat moment heel bang van was geworden door mijn eetstoornis. Ik denk dat het pas in de zomervakantie was, dus een half jaar later, dat ik merkte dat er iets niet helemaal klopte.

Ik ben nooit echt volledig gestopt met eten, ik at gewoon steeds heel weinig en heel restrictief. Dus dat viel niet zo heel hard op. Ik zei gewoon: ‘ik eet gezond’. In onze maatschappij is gezond eten tegenwoordig een must en iedereen doet het. Daar kon ik mij wel achter verstoppen, achter die dieetcultuur en dat is dan gewoon iets positief. Afvallen is in onze maatschappij gewoon iets positief. Waardoor dat mij dat ook lukte om mij daarachter te verstoppen.

“Het was mijn mama die hulp inschakelde. Zij wou dat dit stopte.”

Mensen die mij eerst heel veel complimenten hebben gegeven die voelden zich dan achteraf wel schuldig. Ze dachten: ‘we hebben je daar zo een goed gevoel gegeven, maar eigenlijk ja was jij ziek aan het worden’. Natuurlijk wisten zij dat niet, ze hebben dat met de beste bedoelingen gedaan. Ik neem hen ook niks kwalijk ofzo. Maar voor hen was dat heel confronterend om te zien en door te hebben. Ik denk vooral aan mijn mama, die had het daar wel heel lastig mee. Die maakte zich wel erg zorgen en wou dat ik naar een diëtiste ging. Ze zei: ‘het is ok dat je vermagerd bent, maar het mag nu wel echt niet meer verder gaan’. Zij wou eigenlijk dat ik hulp inschakelde om niet verder te vermageren.

Ik werd eerst heel boos. Ik wou in de tegenaanval gaan en ik wou zeggen: ‘nee, ik heb geen probleem en waarom zou je mij naar een diëtiste sturen?’ Uiteindelijk ben ik wel akkoord gegaan. Op voorwaarde dat ze niet meeging zo kon ik daar doen wat ik wou. Wat die vrouw mij ook zei dat ik moet eten, ik doe dat toch niet, dacht ik toen. Ik heb dat dan ook zo gedaan.

Part 4: Ik zocht voor de eerste keer hulp

“Ik weet nog dat ze mijn vetpercentage moest meten en dat ze zei dat het wel nog aan de hoge kant was in vergelijking met mijn gewicht. Dat was voor mij een rampscenario.”

Matthieu: “hoe is dat dan verlopen? De eerste keer hulp zoeken?”

Dat was een diëtiste die niet gespecialiseerd was in eetstoornissen. Ik had toen zelf ook totaal nog niet door dat ik een probleem had. Die vrouw ook niet. Mijn gewicht was toen al kantje boordje. Ik weet nog dat ze mijn vetpercentage moest meten en dat ze zei dat het wel nog aan de hoge kant was in vergelijking met mijn gewicht. Dat was voor mij een rampscenario en ik dacht: ‘shit dat kan hier niet, ik moet nog minder!’. Voor mij heeft die consultatie er eigenlijk ervoor gezorgd dat ik nog verder deed. Ook al wist ik wel dat mijn gewicht helemaal niet ok was. Toch was dat andere cijfertje er nog te veel aan.

“Ik lieg en bedrieg nooit. Maar op dat moment was ik echt een leugenaar.”

Mijn mama wel een beetje en ik zorgde er wel voor dat altijd alles in huis was dat ik moest eten. Je hebt truckjes om dingen niet te doen en te verstoppen. Ik lieg en bedrieg nooit. Maar op dat moment was ik echt een leugenaar. Op een bepaald moment waren er precies minder mensen die er iets over zeiden denk ik. Omdat iedereen iets door begon te hebben en dat het dan gewoon een kwestie van tijd was tot ik het zelf door had. Maar dan werd het zomervakantie en dat was heel lastig voor mij. Want ‘zomervakantie’ betekent voor mij gewoon leuke dingen doen en plezier maken. Waar ik op dat moment niet echt meer toe in staat was.

“Ik was ook echt afgevlakt in emoties en niet gelukkig meer en ik werd stiller, ik zei bijna niks meer.”

Ik was ook echt afgevlakt in emoties en niet gelukkig meer en ik werd stiller, ik zei bijna niks meer. De Kato die ik altijd was geweest was op dat moment eigenlijk wat weg eigenlijk.Ik weet nog dat ik mee was gegaan op een kamp, met een groep waar ik regelmatig mee meeging. Normaal gezien amuseer ik mij daar echt superhard en heb ik daar keigoede vrienden. Ik weet nog dat ik elke dag van dat kamp dacht: ‘ik hoop dat het bijna vrijdag is en dat mijn ouders mij kunnen komen halen want ik heb echt heimwee’. En ik heb echt nooit heimwee, normaal gezien. Dat was ook echt een teken voor mij dat het niet meer normaal was. Ook het eten op dat kamp, zag ik eigenlijk niet zitten en ik merkte gewoon dat ik niet kon mee eten met wat de rest allemaal at. Dan begonnen bij mij wel zo een paar alarmbelletjes te rinkelen: ‘oei, Kato dit klopt hier niet helemaal’.

“Ik begon te wenen en ik wou het hun vertellen, dat ik mij niet goed in mijn vel voelde en dat het niet goed ging, maar het lukte niet, ik kreeg dat niet over mijn lippen. “

Die stem van de eetstoornis is sterker om gewoon die alarmbellen te negeren en verder te doen. Dus ik heb daar eigenlijk niet zo veel mee gedaan. Ik denk dat ik dan gewoon zelf begon te beseffen dat er iets niet klopte, maar ik heb dat niet geuit. Alhoewel, ik weet wel nog een moment dat ik samen met mijn zus en één van mijn beste vriendinnen aan de zee was. Een week erna. En dat ik begon te wenen en ik wou het hun vertellen, dat ik mij niet goed in mijn vel voelde en dat het niet goed ging, maar het lukte niet, ik kreeg dat niet over mijn lippen.

Part 5: Ik geloofde niet dat ik een eetstoornis had

“Eerst geloofde ik niet dat ik een eetstoornis had. Daarna wou ik vooral geholpen worden.”

Matthieu: “wanneer is dan het punt gekomen waarop je voor jezelf beslist hebt dat het niet meer ging. Of heeft je omgeving dat voor jou beslist of was dat in samenspraak?”

Ik weet nog het moment dat ik nog eens opnieuw naar die diëtiste moest, na de zomervakantie. Het ging toen echt niet meer goed met mij. Ik weet niet meer precies hoe het is gelopen. Mijn mama is meegegaan naar die diëtiste en die vrouw gaf mij dan een hele lijst met wat ik moest eten. En ik dacht: ‘maar dit kan ik gewoon niet’. En mijn mama heeft haar dan proberen duidelijk maken dat het niet meer over ‘bijkomen’ gaat, maar dat er ook meer aan de hand was dan enkel het ondergewicht. Dat er ook echt wel iets anders aan het spelen is dat aangepakt moet worden. En dan zijn we beginnen zoeken naar een andere diëtist die gespecialiseerd is in eetstoornissen.

Dan ben ik bij een diëtiste beginnen gaan. Dan naar een psycholoog en dan heb ik mij ook aangemeld in het UZ. Omdat ze daar gespecialiseerd zijn in eetstoornissen. Ze hebben daar een specifieke afdeling voor en daar en ik dan ook op consultatie gegaan bij de psychiater.

“Ik was echt een hoopje verdriet. Ik stond op, begon te wenen tot ik moest gaan slapen. Ik deed gewoon niets anders.”

Matthieu: “wat deed dat dan met jou, als iemand uitspreekt: ‘Kato je hebt een eetstoornis.’?”

Ik geloofde dat niet echt op dat moment. Op een ander moment dacht ik echt van: ‘het is goed, neem mij overal mee naartoe, zolang je mij kan helpen’. Want ik voel me echt zo slecht. Ik was echt een hoopje verdriet op een bepaald moment. Ik stond op, begon te wenen tot ik moest gaan slapen. Ik deed gewoon niets anders. Dan was ik wel blij dat die mensen er waren.

“Het idee dat ik moest herstellen. Kato wou dat wel maar die eetstoornis sprak dat zo hard tegen, wat heel lastig was.”

Matthieu: “dan de opname, dan heb je telefoon gekregen dat je mocht gaan en dan?”

Dat was een hele grote stap voor mij, een heel moeilijk en emotioneel moment. Ik heb die dag echt super veel gehuild omdat ik dacht dat ik het niet wou, maar ook geholpen wou worden. Ik kan dat moeilijk omschrijven want dat is echt een raar gevoel. Alles van thuis achterlaten, naar een nieuwe omgeving gaan, waar je niemand kent, wat je niet weet wat er op je pad komt. En het idee: ‘ik ga moeten herstellen’.  En Kato wou dat wel maar die eetstoornis sprak dat zo hard tegen, wat heel lastig was.

Part 6: De residentiële opname

“Ik ben 6 maand residentieel in opname geweest, met blijven slapen. Daarna heb ik nog twee maandag therapie gevolgd.”

Ik vind dat moeilijk om uit te leggen, hoe een opname eruitziet. Je krijgt heel veel verschillende therapieën en je hebt heel nauw contact met medepatiënten. Wat positief kan zijn omdat dat de mensen zijn die je het best begrijpen. Maar langs de andere kant ook wat triggerend want die hebben hetzelfde als jou en een eetstoornis is al een heel competitief beestje. Eetstoornissen bij elkaar steken, dat is niet altijd een even goed idee. Maar langs de andere kant super waardevol want ik heb daar heel veel aan gehad, aan contact met lotgenoten.

Ik ben 6 maand residentieel in opname geweest, met blijven slapen. Daarna heb ik nog twee maandag therapie gevolgd.

“Ik weet nog dat ik de eerste avond al een berichtje stuurde naar mijn mama dat ik het lastig had en naar huis wilde. Maar ergens besefte ik wel dat ik daar op mijn plaats zat.”

Ik weet nog dat ik de eerste avond al een berichtje stuurde naar mijn mama dat ik het lastig had en naar huis wilde. Maar ergens besefte ik wel dat ik daar op mijn plaats zat. Dus ik besefte dat wel vrij snel dat dat wel de juiste setting was voor mij. Maar echt die klik of echt dacht van ‘dit gaat mij hier echt helpen’, dat geeft wel even geduurd.

Matthieu: “is er een advies of is er iets wat je daarover zou willen over meegeven aan mensen die eventueel in dezelfde situatie zitten of iemand die aan zichzelf twijfelt om zichzelf te laten opnemen of daar nog naar kijkt alsof het niets voor hen is.”

“Hulp zoeken is altijd een goed idee want je moet er niet alleen mee blijven zitten.”

Ja. Je kan het maar proberen. Die mensen zijn gespecialiseerd, die weten wat dat ze aan het doen zijn. Die setting is daarvoor gemaakt.  Hulp zoeken is altijd een goed idee want je moet er niet alleen mee blijven zitten. En er is een verschil tussen ambulante hulp of een opname setting. Dat is nog helemaal anders. Maar als je het niet probeert dan ga je ook niet weten of dat het iets voor jou is en of dat dat jou kan helpen of niet. Dus ik ben heel blij dat ik die stap heb gezet want mij heeft dat echt wel gered.

Matthieu: “want er hangt eigenlijk wel echt veel taboe en schaamte rond ‘ik moet opgenomen worden’.”

Ja, dat wel. Kijk een uitzondering zijn mag soms een keer. Daarom is het juist zo belangrijk, om dat bespreekbaar te maken. Dat het wel ok is om in opname te gaan en hulp te zoeken voor iets waar dat het zelf moeilijk ligt.

Matthieu: “wat ik vaak hoor wanneer mensen opgenomen worden, is dat ze in het begin heel vaak met de verwachting zitten dat wanneer ze uit de opname komen het volledig opgelost zal zijn. En dat ze er enorm hard naar uit kijken en dat niet altijd het geval is. Wat is jouw ervaring daarmee?”

“Want na je opname begint het soms pas. Je moet het zelf doen en alles wat dat je daar hebt geleerd moet je daarna toepassen thuis.”

Ik had zeker niet die verwachting. Dat het na mijn opname voorbij zou zijn. Ik weet dat heel veel mensen dat denken, maar dat is een ballon die je moet doorprikken. Want na je opname begint het soms pas. Je moet het zelf doen en alles wat dat je daar hebt geleerd moet je daarna toepassen thuis. En kunnen terugvallen op dingen die je daar hebt geleerd, bepaalde tools, ook terug kunnen vallen op jezelf en je eigen kennen en kunnen.

Matthieu: “want hoe was dat voor jou? Na de opname terug de wijde wereld in?”

Ik ben heel blij dat ik nog dagtherapie heb gevolgd, omdat dat zo een mooie overgang was van ‘opname’ naar ‘thuis’. Dan kon ik ook gewoon in opname bespreken wat er thuis nog misliep, om gewoon die overgang wat meer vloeiend te laten verlopen.

Part 7: De stem van de eetstoornis is niet meer aanwezig

“Nu is die stem er eigenlijk niet meer, die is niet meer aanwezig.”

Matthieu: “je hebt spreekt een paar keer over die stem en de eetstoornis, die eigenlijk voor een stuk lost stond van jouw eigen persoonlijkheid. Tot in hoever was die daar nog tijdens de opname en daarna en vandaag?”

Na de opname was die er zeker nog. Want ik heb nog heel veel dingen na mijn opname moeten doen, nog stappen moeten zetten.  Nu is die stem er eigenlijk niet meer, die is niet meer aanwezig.  Heel soms denk ik nog zo een keer iets, maar dat is zo klein. Ik hecht er ook niets van waarde meer aan. Ik kan die momenten op 1 hand tellen van het afgelopen jaar. Dus dat is niets.

Matthieu: “en daar nu zo mee omgaan, dat komt dan door de handvaten die je hebt meegekregen in de opname en de therapie die je daarna hebt gevolg?”

Ik denk dat ik daar ook heel dankbaar voor mag zijn, voor de mensen die ik rond mij heb.

Zeker, ik denk dat dat een zeer grote rol heeft gespeeld. Maar dan is er ook nog een heel groot stuk dat bij jezelf ligt. Hoe sta je in het leven en wat wil je nog doen in het leven? Welke mindset heb je, hoe goed ben je omringd? Ik denk dat ik daar ook heel dankbaar voor mag zijn, voor de mensen die ik rond mij heb. Om mij daardoor te sleuren. En ja, blijven door te zetten.

“Ik hoop dat ik ook op een dag die persoon kan zijn die een verpleegkundige voor mij is geweest.”

Ik heb verpleegkunde gestudeerd en dan in mijn laatste jaar de optie voor geestelijke gezondheidzorg gekozen. Om dus te werken in de psychiatrie.

Matthieu: “en wat doet dat nu met jou, het feit dat je dat nu doet. Je bent afgestudeerd en je werkt nu als psychiater verpleegkundige.”

Ik vind dat eigenlijk wel leuk, om zo langs de andere kant van het bed te staan. Ik weet ook wat het is om in opname te zijn, wat dat dat allemaal met zich meebrengt. Welke rol dat een verpleegkundige kan spelen in je traject of in je opname of in je herstelproces. En ik hoop dat ik ook op een dag of nu, die persoon kan zijn wat een verpleegkundige voor mij is geweest.

Part 8: Ik schreef een boek: Liefs, ik

“Ik heb tijdens mijn opname een dagboek bijgehouden en elke dag schreef ik daarin hoe ik me voelde en wat er die dag was gebeurd.”

Matthieu: “en dan, het boek Kato. Liefs ik. Een redelijk dik boek. Wat staat er juist in?”

Eigenlijk een beetje van alles. Ik denk dat de dagboekfragmenten een heel groot stuk zijn en misschien wel het mooiste, puurste stuk uit mijn boek. Ik heb ook vrienden en therapeuten aan het woord gelaten. Ook dingen die mij motiveren beschreven. Over wat is een eetstoornis, wat houdt dat allemaal in? Een stukje rond voeding, gewicht, bewegen maar ook een stuk rond wie ik ben en wat is er in mijn kindertijd allemaal gebeurd en waar wil ik nog naartoe gaan. Wat wil ik nog bereiken in mijn leven. Ik denk dat dat een korte samenvatting ervan is.

Ik heb tijdens mijn opname een dagboek bijgehouden en elke dag schreef ik daarin hoe ik me voelde en wat er die dag was gebeurd. Ik heb een selectie gemaakt van bepaalde fragmenten en die gewoon letterlijk overgenomen en in mijn boek geplakt.

“Ik heb het boek voor mezelf geschreven en op dat moment was dat toen het belangrijkste voor mij.”

Matthieu: “wanneer heb je de beslissing genomen om een boek te beginnen schrijven? Wat heeft je daarin getriggerd?”

Corona, verveling,… Ik was online les aan het volgen en mijn stapel dagboeken lag op mijn bureau en ik dacht: ‘ik moet daar toch iets meer mee doen’. Ik was toen wel al wat actief op sociale media en ik deelde wel veel over mijn herstel en ik merkte dat dat wel een impact had op andere mensen en ik dacht: ‘ik wil daar wel nog meer mee doen’.  En als 6-jarig meisje wilde ik auteur worden. Ik denk dat dat mij ook geïnspireerd heeft om op dat moment te beslissen het te proberen. En wordt het niks dan wordt het niks maar dan heb ik wel geprobeerd. Ik heb het voor mezelf gedaan en op dat moment was dat toen het belangrijkste voor mij.

Matthieu: “de titel van het boek: ‘Liefs, ik.’, vanwaar komt dat?”

Ik heb daar ook een kort tekstje over in mijn boek staan. Het is niet zo lang en het staat op het einde. En daarin leg ik eigenlijk uit wat Liefs, ik. precies voor mij betekent.

“Ik wil mezelf kunnen accepteren en zorg kunnen dragen voor mezelf. Geloven dat ook ik ok ben en dat ik ook een plaatsje verdien op deze wereld.”

Liefs, ik. Omdat dat mijn wens is naar de toekomst toe, dat ik elke dag kan afsluiten met liefde. Liefde voor anderen, voor alles wat ik doe. Maar ook vooral liefde voor mezelf. Zo blik ik ook naar de afgelopen maanden terug.  Liefs, ik. Ik heb van over mezelf geleerd, aan mezelf gewerkt en daarin stappen gezet en dat deed ik voor mezelf. Ik wil mezelf kunnen accepteren en zorg kunnen dragen voor mezelf. Geloven dat ook ik ok ben en dat ik ook een plaatsje verdien op deze wereld. Liefs, ik. in al zijn betekenissen. Dit is iets dat ik voor mezelf doe. Eindelijk na al die tijd. Dit pakt niemand of niets me nog af. Dat is een beetje mijn boodschap. Met Liefs, ik.

Part 9: Ik kan terug de vrolijke Kato zijn

“Ik ben heel blij dat ik dat stuk van eetstoornis achter mij heb kunnen laten. Dat ik gewoon terug de vrolijke Kato kan zijn.”

Matthieu: “hoe is de relatie vandaag met je omgeving, met je ouders, met je goeie vrienden/vriendinnen. Die dat ook van heel dicht hebben meegemaakt.”

Super goed eigenlijk, ik ben daar heel dankbaar voor. Ik ben heel blij dat ik dat stuk van eetstoornis achter mij heb kunnen laten. Dat ik gewoon terug de vrolijke Kato kan zijn die gekke dingen doet en die kan genieten van haar leven en daardoor zijn die relaties ook gewoon nu supersterk.

Matthieu: “praat je nog vaak over wat er gebeurd is met hen?”

Eigenlijk niet. Dat speelt geen rol meer in mijn dagelijkse leven en ik voel daar ook niet zoveel behoefte meer voor om daarover te praten en ik wil dat mensen mij leren kennen hoe dat ik nu ben en wat ik nu doe in mijn leven. En thuis, denk ik dat iedereen blij is dat dat verleden tijd is en dat we gewoon willen focussen op hoe dat het nu is.

Part 10: Herstel van een eetstoornis bestaat

“Het is heel veel en heel lastig omdat dat allemaal alleen te dragen en dat hoeft echt, echt, echt niet.”

Aan mensen die er zelf inzitten zou ik zeggen, praat erover en zoek hulp. Het is heel veel en heel lastig omdat dat allemaal alleen te dragen en dat hoeft echt, echt, echt niet. Ik weet dat dat een heel grote stap is om hulp toe te laten en om toe te geven dat er iets mis is. Maar dat is zo een belangrijk moment en dat gaat er enkel voor zorgen dat je de goede kant kan uitgaan. Want dat heeft er ook voor gezorgd dat ik hulp ben kunnen gaan zoeken en dat ik nu kan zeggen dat ik ervan af ben. Dat moment als je niet beslist om hulp in te schakelen, alleen is dat zo lastig.

“Wat ik ook nog zou willen meegeven is dat herstel bestaat. Want een eetstoornis kan soms heel uitzichtloos lijken.”

Heel dat traject van ‘wanneer stop dit ooit’ en ‘gaan die gedachten ooit volledig verdwijnen?’. En dat wil ik echt wel graag zeggen: “ja dat kan want ik kan het zeggen, ik ben het bewijs”. En ik weet zeker dat er nog veel mensen zijn die het bewijs zijn. Dus gewoon die hoop op herstel en alles kan beter gaan en je kan een leven leven. En genieten zonder die gedachten en zonder die eetstoornis. En voor de omgeving zou ik zeggen, luisteren. En het is ok dat je niet weet wat het precies is of wat het allemaal inhoudt en wat er allemaal omgaat in het hoofd van je dochter, zoon, vriend of vriendin. Dat is ok, maar stel gewoon vragen en stel je open om erover bij te leren en om er gewoon te zijn. Ik denk dat je niet meer kan doen dan dat en warmte bieden aan die persoon en vragen wat je kan doen dat moment. Ik denk dat dat heel waardevol kan zijn.

(Visited 609 times, 1 visits today)

Zelf een story die je wil delen?

Contacteer ons

Steun ons

Word partner
Close